I am a painter. To research painting means to research the painter. Without painter no painting. That’s why I have been painting hundreds of self- portraits.
Self-portrait: when I start painting myself I am a painter, I am a painter who paints a painter.
My paintings should always say something about painting and about the motives the painter has to paint.
I want to totally identify myself with painting, I want to be painting.
Text in Dutch:
Ik wil een totaalanalyse maken van de schilderkunst.
Daarvoor moet ik niet alleen het schilderen maar vooral ook de schilder bestuderen. Zonder schilder namelijk geen schilderijen.
Ik beoefen daarom het genre (zelf-)portret.
Zelfportret: wanneer ik mezelf schilder ben ik schilder. Ik schilder dus de schilder die de schilder schildert.
De schilderijen gaan dus altijd over schilderen en over de schilder.
De schilderijen zijn altijd: drager+verf. (ik sluit hier de optie alleen drager of alleen verf uit omdat die altijd een onevenredig groot deel van de aandacht vestigen op het medium en niet op het afgebeelde, de schilder in dit geval. Geen uitvluchten dus).
Zelfportret, 40×40 cm., 2010. De Schilder is hier enkel nog verf en kleur.
De schilderkunst kent naast het genre portret nog drie andere hoofdgenres, naakt, landschap, stilleven.
Een totaal analyse van de schilderkunst houdt het streven in om deze drie andere hoofdgenres te combineren met het portretgenre.
Boom#2, 30×24 cm., 2012. Combinatie van portret en landschap.
#1942, 50×50 cm., 2011. Combinatie van naakt, stilleven (trossen borsten) en portret.
Zelfportret met bananen, 150×150 cm., 2010. Combinatie van stilleven, naakt (symbolisch) en portret.
De schilderkunst kent een oneindige hoeveelheid stijlen. De totaal analyse kan dus geen enkele stijl uitsluiten, de enige beperking is die van de schilder in kwestie.
60 Schilders, 60x 30×24 cm., 2012. Verf, kleur maar vooral ook stijl als onderwerp.
De schilder:
Een onbegrijpelijke, steeds veranderende hoeveelheid van invloeden met een onbeperkte hoeveelheid dwarsverbanden werkt elk moment op de schilder in. Denk aan alles dat er is en alles dat er niet is.
Deze invloeden verzamelen zich in de schilder. Er ontstaat een geldingsdrang, een behoefte aan het leveren van bewijs van inzicht en kunde via het medium schilderen. De drang tot vastleggen wordt aangewakkerd door de continue verandering. De schilder wil de werkelijkheid zoals deze zich nu aan de schilder voordoet nu vastleggen, haast is geboden.
De beloning wanneer dit slaagt: macht/seks/geld/eer. Meer middelen betekent meer mogelijkheden om de schilderijen voort te planten, meer gezien worden, meer beïnvloeden. De schilderijen worden machtiger, krijgen meer waardering, leveren meer geld op, beïnvloeden andere schilders en leven zo voort. De tijdelijke persoonlijke observatie van de schilder wordt opgenomen in het collectief geheugen van de mensheid, meer eer kun je niet krijgen.
Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de schilderijen niet de beoogde waardering oogsten, dan heeft de schilder/dan hebben de schilderijen te maken met teleurstelling en een toenemende mate van afzondering, minder macht, minder beïnvloeding, minder geld, minder navolging , om uiteindelijk vergeten te worden.
Dan is er als reactie op bovenstaande analyse de drang om te ontsnappen aan deze zelfzuchtige redenen om te schilderen. De behoefte om te schilderen om het schilderen. Het schilderen als doel op zich.
Zelfportret met sculptuur, 110×140 cm., 2011.
Dit veroorzaakt een bepaalde vorm van chaos die waarschijnlijk onbedoeld toch weer als doel heeft een eigen territorium af te bakenen. Ook kan het weer succes opleveren en dus ongewild de bekende beloning: macht/seks/geld/eer.
Dan onderscheid ik ook nog de drang om te schilderen met als doel iets/iemand te vereren. Het zwaartepunt duidelijk buiten jezelf leggen om de bovengenoemde situatie te omzeilen. Maar ook hier weer: de beloning kan zomaar weer zijn: macht/seks/geld/eer. (versterking van de eigen positie)
De Schilder (Mexico Serie), 110×110 cm., 2011. De schilder heeft hier i.p.v. een afbeelding van iemand anders een afbeelding van zichzelf op het voorhoofd.
Het lijkt een proces dat altijd aanstuurt op het sterker maken van de schilder/schilderijen.
Dit zijn de motieven/redenen om over te gaan tot schilderen.
De hele bovenstaande analyse is weer onderwerp van de schilderijen.
Nogmaals kort:
Het ultieme schilderij is altijd drager en verf.
Het ultieme schilderij gaat per definitie over de schilder en het schilderen.
Het ultieme schilderij is zowel portret als naakt als stilleven als landschap.
Het ultieme schilderij zegt iets over de motieven van de schilder om te schilderen, de eventuele voorwerpen die afgebeeld worden moeten deze motieven symboliseren.
Het ultieme schilderij heeft als doel ultiem te zijn. 1=1
Studie: Stedelijk Gymnasium, Gerrit Rietveld Academie.
Exhibitions:
Pakhuis de Zwijger, Amsterdam ’07. De Praktijk, Amsterdam ’07. Gallery 364 Brooklyn, New York ’08. Brooklyn Working Artist Coalition; summer show-hot en fall show-art in free fall, New York ’08. Softboxqueens; a lot of possibilities, New York ’09. Nomination Royal Award for Dutch Painting, Amsterdam ’10. De Aanschouw, Rotterdam 2011. Swiss Art Space 2011. Zeefdrukkerij Kurtface 2012 ‘unity through identity’.
Internet+my work:
http://www.artupdate.nl/de-schilder-die-de-schilder-schildert/
http://www.welikeart.nl/2011/11/05/roel-van-der-linden-zonder-titel-elk-e-250/
http://www.artupdate.nl/netwerkkunst/
http://www.positive-magazine.com/art/roel-vanderlinden-paint-the-painter/
http://artistintheworld.com/html/artist_041.htm
Performances in 14 countries with the project “unity through identity”: www.ardvanderlinden.com.








